Een bron tussen breuklijn en verleden
De Willibrordusput in Meijel wordt traditioneel verbonden aan Sint Willibrordus, die in de 8e eeuw in deze regio zou hebben gepreekt en gedoopt. Hoewel Meijel in oude schenkingslijsten niet voorkomt, lag hier – net als bij andere doorgangen door de Peel – een put die aan Willibrordus werd toegeschreven.
De locatie van de put is opvallend: ze ligt precies op de bovenrand van de Peelrandbreuk, een belangrijke geologische breuklijn waar ooit Maas en Rijn langs stroomden. Door deze breuk komen op de horstzijde grindlagen aan de oppervlakte en kon juist op deze hoogte (ca. 35 m NAP) een bron bestaan. Het water dat hier opwelt, werd eeuwenlang gezien als bijzonder en zelfs geneeskrachtig.
Door de hoge ligging fungeerde de put bovendien als vast richtpunt bij het uitzetten van grenzen. In 1549 en later in 1761 werden er nabij de put grensstenen geplaatst om gebiedsscheidingen te markeren tussen omliggende dorpen en landsdelen.
Na periodes van verval werd de put in 1899 opnieuw uitgegraven en kreeg ze de stenen opbouw die nog steeds bestaat. Herstel volgde in 1953 en opnieuw in 2009. Rondom de put ontstonden vanaf de middeleeuwen de eerste ontginningen van Luttel Meijel, een hoger gelegen zandige plek tussen natte Peelgronden.
Vandaag is de Willibrordusput een rijksmonument en een stille plek waar de eeuwenoude geschiedenis van Meijel samenkomt met het bijzondere landschap van de Peelrandbreuk: een zeldzame ontmoetingsplaats van cultuur en geologie.

